You are here:      Home AAHCH Publicaties Bruin en bruin is twee
Bruin en bruin is twee
In een vorig artikel is de genetische achtergrond voor de basiskleuren zwart (black), vos (chestnut) of bruin (bay) aan de orde gekomen. Simpel gesteld zijn alle paarden zwart of niet-zwart (vos). Zwarte paarden met een gen voor bruin worden bay. Voskleurige paarden worden nooit bay, omdat zij geen zwarte haren hebben die door het bruingen beïnvloed kunnen worden. Genetisch gezien hebben zwarte paarden altijd minimaal één gen voor zwart, dit gen wordt door genetici het Extension-gen genoemd en weergegeven door “E+”. Bruine paarden hebben minimaal één geen voor zwart en één gen voor bruin. Het gen voor bruin wordt Agouti genoemd en weergegeven met “AA”. Voskleurige paarden hebben altijd twee genen voor niet-zwart (“EeEe”) en kunnen één of zelfs twee genen voor bruin bezitten.

Codering voor de basiskleuren:
Zwart E+E+AaAa of E+Ee AaAa, kortweg E+- AaAa
Bruin E+- AAAA of E+-AAAa, kortweg E+-AA-
Vos EeEeAAAA of EeEeAAAa of EeEeAaAa

Op deze basiskleuren zijn andere factoren van invloed die de grote variatie aan kleur in de paarden veroorzaken. Een drietal factoren worden hier besproken. Er bestaan geen goede Nederlandse termen voor deze factoren, daarom worden de Engelse termen gebruikt. Het betreft de factoren mealy, sooty en shade.

Mealy
De factor mealy veroorzaakt gelige of bleekrode gebieden op de buik, flanken, achter de ellebogen, aan de binnenzijde van de benen, rond de neus en mond, en rond de ogen. Het is veelal slecht zichtbaar en misschien daarom onbekend bij het Appaloosa-ras. De mealy factor is wel een kenmerkende raseigenschap van de Exmoorpony. Mealy paarden bezitten het dominante allel van het zogenaamde Pa-gen (“Pa” komt van het Spaanse “pangaré”. De Spaanse term wordt hier gebruikt, omdat onder deze kleurnaam voor het eerst de kenmerkende eigenschappen van de mealy factor zijn beschreven). De afkorting voor een allel dat codeert voor mealy is, volgens de afspraken binnen de genetica: Pa+ (waarbij de + het dominante allel weergeeft). Een paard zonder mealy eigenschappen heeft twee recessieve Pa-genen: Panp Panp (waar “np” staat voor “non-pangaré”).

Sooty
Bruine paarden kernmerken zich door een bruine vachtkleur met zwarte manen, staart en benen. Heeft een bruin paard ook zwarte haren over de schouder, rug en croupe dan spreekt men over een sooty bay of brown. De zwarte haren van een sooty bay of brown kunnen nauwelijks zichtbaar zijn danwel het idee geven dat het paard zwart is. De bruinrode buik, onderzijde van de hals en bovenbenen verraden dat het paard toch brown is en dus het gen voor bruin bij zich draagt.
Een voskleurig paard met sooty is minder goed herkenbaar, omdat de zwarte haren over het gehele lichaam verspreid zijn.
Er is nog geen bewijs van de genetische basis van sooty, hoewel er wel een goede verklarende theorie is voor sooty bij bruine paarden: sooty bay of brown wordt veroorzaakt door een ander allel van het Extension-gen, dat codeert voor zwart/niet-zwart. Het allel voor brown wordt aangeduid met EB en is dominant over de andere allelen. E+ is het allel dat codeert voor zwart en is recessief ten opzichte van EB, maar dominant ten opzichte van het derde allel. Ee is het derde allel, dat codeert voor niet-zwart en is recessief ten opzichte van de andere allelen. Het allel voor brown (of sooty bay) EB kan alleen tot uidrukking komen als het paard ook het dominante allel voor bruin bezit (AA). Het paard moet immers bruine haren hebben, waardoor de extra zwarte haren op de hals, schouder en croupe zichtbaar worden. Een paard met EB (brown) zonder AA zal helemaal zwart zijn.

Shade
Elke paardenliefhebber kent het verschijnsel: het ene bruine paard is donkerbruin, bijna zwart zelfs, terwijl het andere bruine paard heel licht is. Ook bij voskleurige paarden is dit een bekend fenomeen: er lopen diep bruinrode tot gelig rode paarden rond, die allemaal als chestnut door het leven gaan. Bij zwarte paarden is het verschil minder duidelijk, waarschijnlijk is de lichtste variant zomerzwart. Omdat de genetici dit verschijnsel nog niet goed hebben kunnen verklaren, denken zij dat meerdere genen hier een rol spelen. Deze genen zouden zelfs in meerdere of mindere mate gekoppeld kunnen zijn (en dus in bepaalde combinaties samen overerven). Kortom, men denkt dat shade onder multifactoriële genetische controle staat. Omdat er nog erg veel onbekend is omtrent de erfelijkheid van shade zijn er geen afkortingen om deze factor weer te geven.